Naar Uitweg navigatie Naar inhoud Naar artikellijst 

Hoe doe je dat?

De spanning van een autoband controleren

Bij slecht opgepompte banden is het raakvlak met het wegdek groter. Dat heeft enkele nadelen en het kan zelfs ronduit gevaarlijk zijn: de banden verslijten sneller, de auto verbruikt meer brandstof en de wegligging is minder goed (vooral in bochten en bij het afslaan). Te weinig druk in een band kan zelfs voor een klapband zorgen door oververhitting. Door de bandenspanning geregeld te controleren – één keer per maand – rijdt u dus veiliger. En u kunt er geld mee besparen. Uitweg legt u daarom uit hoe u de bandenspanning kunt controleren, in vijf stappen.



 (Groter)

Stap 1

Veel tankstations hebben een luchtpomp waarmee u de bandenspanning gratis kunt controleren en aanpassen. Controleer de bandenspanning welalleen als de banden koud zijn. Dat betekent dat er een uur niet mee gereden is of dat er niet meer dan drie kilometer mee afgelegd is.

Foto: (Peter Van Hoof)



 (Groter)

Stap 2

Dé correcte spanningswaarde bestaat niet. Raadpleeg daarom het instructieboekje van uw auto om te weten wat de beste spanning is voor de banden vooraan en achteraan. U vindt die waarden soms ook in het portier
van de bestuurder, aan de binnenkant van de tankklep of op een bord aan het tankstation.

Foto: (Peter Van Hoof)



 (Groter)

Stap 3

Stel de correcte bandenspanning in op het toestel.

Foto: (Peter Van Hoof)



 (Groter)

Stap 4

Veel tankstations hebben een luchtpomp waarmee u de bandenspanning gratis kunt controleren en aanpassen. Controleer de bandenspanning welalleen als de banden koud zijn. Dat betekent dat er een uur niet mee gereden is of dat er niet meer dan drie kilometer mee afgelegd is.

Foto: (Peter Van Hoof)



 (Groter)

Stap 5

Herhaal dit bij alle banden. Vergeet ook de reserveband niet te controleren. Breng hem op de hoogste geadviseerde spanning.

Foto: (Peter Van Hoof)




Alle artikels (mei-juni 2009)