Nooit in de file
‘Fietst u ook naar het werk en hoe?’ Dat was de vraag die in de vorige Uitweg stond. Hieronder en op de volgende pagina’s vindt u enkele van de vele reacties. Eén ding is duidelijk: er zijn véél manieren om met de fiets naar het werk te gaan.
“Met de fiets op de auto”
Kris Hosten: “Vroeger ging ik met de auto werken, maar op den duur was ik meer dan een uur onderweg. Nu doe ik het anders. Ik rij, met de fiets op mijn dak, tot in Mortsel, waar ik mijn auto gratis parkeer. Dan fiets ik verder. Dat is ideaal: ik vermijd de Antwerpse files én ik hoef ik me niet te pletter te fietsen. Ook als het koud is of regent, fiets ik. Alles is beter dan in de files aanschuiven.”
Foto: (Jerry De Brie)
Van Berlaar (woonplaats) naar Mortsel met de auto: 18km en 25min. Van Mortsel naar Zwijndrecht (werkplek) met de fiets: 16km en 55min.
“Vouwfiets mee op bus en in vestiaire”
Jo Verwimp: “Ik werk nog twee dagen per week als vrijwilliger. Aan de bushalte vouw ik mijn fiets dicht en neem ik de snelbus naar Brussel; waar ik terug op de fiets spring. In de stad volg ik rustige straten. Die zijn vaak enkele richting voor wagens, maar fietsers mogen wel in beide richtingen! Geen problemen met files of parkeren; ik denk dat het met de auto niet sneller kan! Ik kan mijn fiets veilig stallen: in de vestiaire, samen met mijn jas.”
Foto: (Jerry De Brie)
Van Aardooie (woonplaats) met de fiets naar de bushalte: 1km en 5min. Met de bus naar Asse-Brussel: 28min. Met de fiets naar Brussel (werkplek): 3km en 10min.
“Met een muziekje erbij”
Guy Callens: “Ik fiets met mijn ligfiets naar het werk. Met Radio 1 of Klara uit mijn mini-luidsprekertjes is dat echt genieten. Ik gebruik geen oortjes want dan hoor ik het omgevingslawaai niet. Met de auto zou ik er iets sneller zijn, maar ik vind het milieu belangrijker dan tijdswinst. Ik fiets ook als het regent, met aangepaste kledij. Het regent niet zo vaak als men denkt. En nat ben je toch, ook als het niet regent, want dan zweet je. Zeker in de zomer. Op het werk zijn er douches, en er is ook een ruimte waar ik mijn (reserve)kledij kan achterlaten.”
Foto: (Peter Van Hoof)
“Samen uit, samen thuis”
Sam Sercu: “Mijn vrouw en ik werken op dezelfde plek. Twee jaar geleden gaf ik haar een tandem als Valentijnscadeau. Die gebruiken we sindsdien zoveel mogelijk. Om 7 uur fietsen we met de twee jongste kinderen naar opa en oma. Zij fietsen van daar met opa verder naar school. Wij rijden dan door naar het werk. Op de terugweg fietsen we langs de school. Soms hangen we ook nog onze bagagekar aan de tandem. Dat was een redelijke investering, maar we hebben er nog geen seconde spijt van gehad. Er kan zoveel in als in een winkelkarretje!”
Foto: (Peter Van Hoof)
Van Ardooie (woonplaats) met de kinderen naar opa en oma met de fiets: 0,7km en 5min. Verder met de fiets maar zonder kinderen naar Roeselare (werkplek): 8km en 22min.
“Vijf uur per dag op mijn koersfiets”
Peter Van der Haegen: “Vanaf maart tot eind oktober fiets ik elke dag door weer en wind van Lummen naar Neder-over-Heembeek en terug. Opstaan om 4 uur vind ik het moeilijkst. Het is een traject dat ik helemaal alleen afleg. Het parcours is gevarieerd en gaat zowel langs drukke wegen als donkere fietspaden. Eenmaal aangekomen kan ik een “verfrissende” douche nemen. Vorig jaar bleek ik in het radioprogramma Peeters & Pichal de moedigste fietser te zijn: niemand bleek verder met de fiets te pendelen dan ik.”
Foto: (Guy Puttemans)
“Nu moeten we geen extra auto kopen”
Ineke Hoho: “Een jaar geleden veranderde ik van werk. Nadeel: ik had geen bedrijfswagen meer. Voordeel: mijn nieuwe werkplek was dichterbij. Sindsdien fiets ik naar het werk. Een extra auto kopen is immers een grote investering. Op het werk is er een mooie badkamer, waar ik me kan opfrissen. In de zomer rijd ik binnendoor langs mooie veldwegen. Dat is een paar kilometers omweg, maar het is heerlijk ontspannend. 99 keer op 100 kies ik voor de fiets. Dus uitzonderlijk neem ik de bus of rij ik mee met een collega.”
Foto: (Peter Van Hoof)
“Elke dag, door weer en wind”
Sofie-Rani Delbeke: “Ik werk in ploegen: ik ben dus soms heel vroeg en soms heel laat op de baan. Maar ik doe het altijd met de fiets. Door weer en wind. Ik weiger een auto te gebruiken. In uitzonderlijke omstandigheden maken we gebruik van een Cambio-auto om familie te gaan bezoeken in het weekend of zo. Ook onze peuter van 13 maanden vervoeren we met de fietskar naar de crèche. Dat is ideaal: nooit last van files. Sinds januari 2009 geeft mijn werkgever een fietsvergoeding! Naar het werk fietsen heeft maar één nadeel: ik moet eerst altijd een beetje bekomen na de rit. Er zijn wel douches op het werk maar die liggen nogal afgelegen.”
Foto: (Peter Van Hoof)
“Ik verdien er honderden euro’s mee”
Bob Cuypers: “Ik ben leerkracht en als het niet regent, ga ik met de fiets naar school. Het is een fris, gezond begin van de dag en het maakt mij goedgezind. Meestal fiets ik samen met twee collega’s. Het onderwijs moedigt fietsers aan met een kilometervergoeding van 15 cent per kilometer en het milieu is er ook goed mee. Vorig jaar leverde mij dat 795 euro op, en dat bedrag wordt niet belast. Tel daar nog bij wat ik bespaar op brandstof en auto-onderhoud, dat is toch de moeite, niet?”
Foto: (Jerry De Brie)
“Pittige heuvel doe ik met hulpmotor”
Sandra Derieuw: “Als ik de files wil vermijden, moet ik vroeg vertrekken. Daar heb ik niet altijd zin in. En met de trein ben ik ook een dik uur onderweg. In de herfst heb ik mijn trip naar het werk eens gedaan met een fiets met hulpmotor. Met een gewone fiets zou het te lang duren. Met de hulpmotor win ik er een half uur mee. Momenteel twijfel ik of ik nu op die fiets ga overstappen. Het zou goed zijn voor mijn conditie, want de hulpmotor is alleen een versterking van het trappen. Het is ook een aangename route: eerst langs het kanaal, dan op een afgescheiden fietspad. En vooral: ik zou kunnen vertrekken wanneer ik wil. Maar zo’n fiets kost 2500 euro. Als ik het volhoud om twee keer per week de fiets te nemen, kan ik de fiets op 5 jaar afschrijven met mijn fietsvergoeding. Mocht ik iets dichter bij mijn werk wonen, zou ik niet twijfelen
Foto: (Rob Stevens)



