Wie moet er een gordel dragen in de auto?
De algemene regel zegt: in een auto moet iedereen de gordel dragen op de plaatsen die ermee zijn uitgerust. De regel geldt zowel voor de bestuurder als voor de passagiers.
Foto: In een auto moet iedereen, op enkele uitzonderingen na, een veiligheidsgordel dragen. (Peter Van Hoof)
De autogordel is een goedkoop, eenvoudig én efficiënt middel om de inzittenden te beschermen bij een ongeval. Het is dan ook logisch dat hij zoveel en zo correct mogelijk gedragen moet worden.
De gordel is vooraan in de auto verplicht sinds 1975 en achterin sinds 1991. Ook in voertuigtypes die vroeger een vrijstelling genoten (zoals schoolbussen, autocars en vrachtwagens) moeten sinds enkele jaren veiligheidsgordels voorzien en gedragen worden door elke inzittende. Het gaat dan wel alleen om de nieuw ingeschreven voertuigen.
Enkel het openbaar vervoer geniet nog een uitzondering: op de zitplaatsen hoeft er geen gordel voorhanden te zijn en in een bus mogen zelfs een aantal staanplaatsen voorzien worden.
Toch niet verplicht
Hoewel het altijd verstandig is om je vast te klikken, zijn er specifieke gevallen waarin het niet verplicht is om de gordel te dragen. Het gaat om:
- de bestuurders die achteruit rijden;
- de bestuurders van taxi's, maar dan alleen wanneer zij een klant vervoeren;
- de bestuurders en de passagiers van prioritaire voertuigen (politie, ziekenwagen, brandweer...) wanneer de aard van hun opdracht het rechtvaardigt;
- de personen die om medische redenen van de minister een vrijstelling hebben gekregen. Zij moeten daarvoor een speciaal attest aanvragen op basis van een doktersattest;
- de postbeambten, maar dan alleen tijdens hun ronde. Op weg tussen het postkantoor en hun ronde moeten ze de gordel dus wel dragen
Klik elk kind vast
Kinderen jonger dan 18 jaar en kleiner dan 1,35 meter moeten in een aangepast beveiligingssysteem vervoerd worden. Kinderen van 1,35 meter of groter moeten in een aangepast beveiligingssysteem vervoerd worden of de gordel de dragen. Op deze algemene regels bestaan enkele uitzonderingen.
Foto: Babyzitjes (zoals op deze foto) moeten tegen de rijrichting in geïnstalleerd worden. (Kluwer)
Auto van een vriend(in)
Soms rijdt een kind wel eens over een korte afstand met iemand anders mee dan zijn ouders, zoals met de mama of papa van een vriendje. In dat geval mag het kind uitzonderlijk achterin de auto vastgemaakt worden met de veiligheidsgordel, maar alleen wanneer het minstens 3 jaar oud is en er niet voldoende kinderbeveiligingssystemen beschikbaar zijn.
Auto zonder gordels
In een auto zonder veiligheidsgordels mogen kinderen die jonger zijn dan 3 jaar, niet vervoerd worden. Als ze ouder zijn dan drie jaar mogen ze wel mee, maar moeten ze achterin zitten als ze kleiner zijn dan 1,35 meter.
Taxi, autobus of grote auto
In een taxi, autocar, autobus of personenauto met meer dan acht plaatsen voor passagiers moeten kinderen, net als volwassenen, de gordel omdoen op plaatsen waar er een gordel voorzien is. Kinderen die kleiner zijn dan 1,35 meter moeten in een taxi zonder beveiligingssysteem verplicht achterin zitten.
Derde beveiligingssysteem
Wanneer het niet mogelijk is om achterin een derde kinderbeveiligingssysteem te installeren, omdat er al twee andere in gebruik zijn:
- mag een derde kind van 3 jaar of ouder (en kleiner dan 1,35 meter) achterin worden vervoerd, zonder kinderbeveiligingssysteem als het de veiligheidsgordel draagt. Als het kind voorin zit, moet het in een kinderbeveiligingssysteem worden vastgemaakt;
- mag een derde kind van minder dan 3 jaar achterin worden vervoerd, zonder kinderbeveiligingssysteem, als het de veiligheidsgordel draagt. Deze mogelijkheid wordt echter geschrapt vanaf 9 mei 2008. Van dan af moet het derde kind dan verplicht voorin in een kinderbeveiligingssysteem worden vastgemaakt.



